Pretentie(loo)s? Waarom ik Hypeocratie schrijf?

Standaard

Misschien is het wat raar om met het voorwoord te beginnen, maar ik heb gemerkt dat het helpt om dit gedeelte van een boek als eerste te schrijven. Voor mij zet het de kaders neer van waarom ik een boek wil schrijven, wat voor mij de belangrijkste aandachtspunten en hoofdlijnen zijn, voor wie het boek geschreven wordt. Met een titel als: “Pretentie(loo)s?” voor een voorwoord heb ik ook wel wat uit te leggen.

Pretentieloze pretentie

Waarom schrijf ik Hypeocratie? In de kern heb ik geen andere reden dan de pretentie dat ik dit boek wil schrijven, op deze manier, met deze onderwerpen. De afgelopen jaren heb ik het voorrecht gehad om verschillende boeken te mogen schrijven, aan andere boeken mee te werken of als redacteur te fungeren. Ik weet zeker dat veel schrijvers het fantastisch zouden vinden als hun ideeën op een dag als gedrukt boek beschikbaar zijn. Ik weet dat ik het iedere keer weer fantastisch vind om de eerste exemplaren van een nieuwe uitgave te ontvangen, en ik ben ijdel genoeg om in een boekhandel even te kijken of mijn boeken op de planken staan. Daarbij heb ik het genoegen te weten dat mijn boeken het -in hun niches- goed hebben gedaan, dat de ideeën en artikelen die ik de afgelopen jaren in het rond heb geslingerd anderen hebben geholpen, geïnspireerd, gesterkt in hun overtuiging. Alles bij elkaar draagt het bij aan de overtuiging dat ik een verhaal te vertellen heb en dat ik de ruimte en mogelijkheid heb om dat verhaal op mijn manier te vertellen.

Hypeocratie wordt daarmee het meest persoonlijke boek. Het is mijn verhaal, mijn gedachten over een onderwerp waar filosofische- en wetenschappelijk onderlegde giganten over hebben nagedacht en geschreven. Hypeocratie wordt een verhaal, een verzameling studies, een collectie gedachten en thesen, dat -meer dan mijn voorgaande publicaties- gestuwd wordt door een persoonlijk onbehagen.

Persoonlijk onbehagen

Misschien is ‘onbehagen’ wel vaker de motorolie van een schrijver. Hoeveel journalisten zijn niet met een onderzoek begonnen vanuit gevoelens van twijfel, irritatie, boosheid of teleurstelling? De keuze van een onderwerp is mijns inziens maar zelden waardenvrij. Ik heb er ook geen moeite mee om persoonlijk onbehagen te gebruiken als bron van inspiratie. Ik weet wel zeker dat tal van columns en artikelen over het open ICT-beleid van de Nederlandse overheid zonder onbehagen, boosheid en irritatie nooit geschreven zouden zijn. Onbehagen schept afstand, zet op scherp en roept vragen op.

Hypeocratie komt mede voort uit mijn onbehagen, samengevat in de vraag: “Wordt mijn leven niet te veel beheerst, in beslag genomen, gedomineerd door de technologie die ik gebruik?”. Ben ik ‘in control’ of is technologie dat? Regelmatig resulteert dit in een neo-luddiete periode waarin ik wil afkicken van mijn technologieverslaving. Zeg maar, even anti-technologisch ontslakken. In zo’n periode lees ik fysieke boeken in plaats van digitale boeken, gebruik ik de computer nauwelijks, negeer ik mijn e-mail en sociale media accounts, et cetera.

Een tweede bron van onbehagen is de bijna instinctieve afkeer van hypes, van welke hype maar ook. Zodra iets populair wordt, haak ik af. Mijn eerste boek: “Probleemloos overstappen op Linux” had niet voor niets geen verwijzing naar Ubuntu in de titel. Ubuntu werd, mijns inziens, veel te veel gehyped als dé Linux distributie en dat was voor mij al reden genoeg om het niet te gebruiken voor het boek. Dankzij Jos Herni, die later helaas moest afhaken als co-auteur, werd het toch Ubuntu. En schreef ik vervolgens een reeks boeken over Ubuntu, waarmee maar weer duidelijk wordt dat mijn instinctieve afkeer inconsistent gedrag niet in de weg staat. Iets soortgelijks gebeurde begin 2012 met de iPad. Al werkende aan het boek: “Bring your own device. Toepassing voor werkgevers en professionals” besefte ik dat ik een tijdje met een iPad moest spelen om een goed idee te krijgen van het waarom van dit fenomeen. Maar ik was eigenlijk niet van plan zo’n tablet aan te schaffen, zag daar de meerwaarde niet van in en had ik forse bezwaren tegen het gesloten model van Apple. Met de grootst mogelijke tegenzin schafte ik een iPad 2 aan, en ben ik inmiddels vergroeid met mijn tablet! Een fors deel van het werk aan Hypeocratie wordt op de tablet gedaan. Is mijn instinctieve afkeer dan niet juist? Of helpt het mij juist om een gezonde afstand te houden en vervolgens technologie op haar werkelijke waarde te beoordelen?

Hoe dan ook, ik heb een ambivalente, inconsequente houding ten aanzien van de technologie in mijn leven. Het helpt mij om vragen te stellen, te twijfelen over de claims van de hogepriester van de Hypeocratie, over de gouden bergen en de fantastische toekomst die een nieuwe gadget, revolutionaire technologie of applicatie X van bedrijf Y voor ons in petto heeft. Deze vragen en twijfels hebben geresulteerd in thesen, die vervolgens hun weg vonden naar artikelen en lezingen. Om er vervolgens achter te komen, dat mijn onbehagen ook het onbehagen was, is, van vele anderen. Dat alleen is al voldoende om Hypeocratie te schrijven.

Ieder boek is pretentieus

Ik zou ieder boek bijna per definitie pretentieus willen noemen. Zelfs in een tijdsgewricht waar content vooral online lijkt te moeten staan en waar uitgevers en boekhandels worstelen met de digitalisering van hun marktwaar, draagt een fysiek boek bij aan een soort mystificering van iemands status. Met een boek ben je schrijver. Een zelf uitgegeven boek ligt -qua gevoel- weer anders, want dan moet je toch echt een stevig succes laten zien en lijkt de status pas te komen zodra het boek voor ‘eggies’, door een uitgever nog een keer wordt uitgegeven of bij de uitgever het vervolg kan uitbrengen. Eigenaardig, want de hoeveelheid werk is hetzelfde.

Een boek is ook pretentieus, want het veronderstelt dat ik genoeg te vertellen heb dat interessant is, dat dit meer is dan ik in een of meerdere artikelen zou kunnen vatten. Een blogartikel is vluchtig, een tijdschriftartikel een mooie afdruk van de voortglijdende werkelijkheid, een boek pretendeert een blijvende waarde, een waarde die de tand des tijds zou moeten overleven. De ramsj is mijns inziens het kerkhof van deze pretentie. In Nederland is het schrijven en publiceren een professionele hobby. Een hobby, want van de verkoop van boeken kun je als schrijver niet leven. Sterker nog, in de meeste jaren moest ik geld toeleggen omdat de kosten hoger lager dan de opbrengsten. Het is een professionele hobby, want de uitgever verwacht wel dat het boek voor hem inkomsten genereert en daarom moet je tijd en energie steken in de kwaliteit, in het halen van de deadlines en in de (gratis) promotie. Kortom, voordat een boek in de handel komt is er een boel tijd, geld en creatieve energie in gaan zitten. En dus wil je geen risico lopen.

Nederland is het land van de ‘how to’-boeken. We hebben het graag compact en praktisch, met handvatten en stappenplannetjes. Met meer doorwrochte studies hebben we niet veel op. Boeken die meer op het ‘waarom’ ingaan, die los staan van de waan van de dag, dat zijn de boeken die je minder dan een jaar na publicatie al in de ramsj of op een boekenbeurs zit liggen voor een fractie van de oorspronkelijk prijs. Ik vind het altijd een beetje triest om al die stapels prachtige boeken te zien, te beseffen dat iemand daar zijn of haar ziel en zaligheid in heeft gelegd, beschikbaar voor een dumpprijs in hoop toch nog een waarderende lezer te vinden. Wil je het kerkhof van de niet waargemaakte pretentie vermijden, dan moet je geen ‘waarom’-boek schrijven, maar een ‘hoe’-boek.

De pretentieloosheid van Hypeocratie

En toch kies ik er voor om geen ‘hoe’-boek te schrijven over de technologische trends die de komende jaren op ons af komen. Het is prima te doen hoor en ongetwijfeld verschijnen dit jaar en volgend jaar goede publicaties over elk van deze trends. Ze worden geschreven door mensen die hun onderwerp door en door kennen. Dus, als het onderwerp je bevalt en wil je er mee aan de slag, koop vooral dat boek. Hypeocratie wordt het boek waarvan ik hoop dat je het gaat lezen. Ja, ik bespreek ook de verschillende technologische trends, inclusief ontwikkelingen die op maar weinig radarschermen zijn verschenen, maar ik ga vooral in op het waarom van die trends, op de bredere inbedding van de trends. Hypeocratie wordt niet een makkelijk verhaal, al probeer ik er wel een vlot leesbaar boek van te maken. Met de ‘hoe’-boeken in de hand kun je snel aan de slag met het uitgeven van je geld om te investeren in de belofte, met Hypeocratie in de hand kun je je bijvoorbeeld eerst afvragen hoe hard die beloften eigenlijk zijn.

Met Hypeocratie heb ik de pretentie dat ik je aan het denken kan zetten: over de technologische trends, over bredere maatschappelijke en historische ontwikkelingen, over digitale geletterdheid, over jouw eigen inconsistente houding ten aanzien van vraagstukken waar technologie een rol speelt. Ik heb niet de pretentie de ultieme antwoorden op die vragen te geven. Hypeocratie geeft straks geen eenvoudige handvatten. Simplificering en reductionisme van complexe fenomenen zijn onderdeel van de hypeocratie. Ik heb de pretentie dat je dat aan het eind van het boek begrijpt en dat je blij bent met een meer prismatische kijk op de werkelijkheid om je heen.

Met dit alles is Hypeocratie misschien het meest pretentieuze en meest pretentieloze boek dat ik ga schrijven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s