Digitale afhankelijkheid van de burger

Standaard

Het Rathenau Instituut heeft begin 2013 een hand-out (PDF) geschreven voor de tijdelijke commissie ICT-projecten bij de overheid. De hand-out is een van de brondocumenten die ik had opgeslagen voor Hypeocratie, mede naar aanleiding van de titel: “De autonome burger in de informatiesamenleving”. De hand-out is één A4-tje (dus lekker compact), maar bespreekt een onderwerp dat ik in het kader van Hypeocratie mee wil pakken: de relatie tussen overheid en burger en het (wan)trouwen dat ontstaat zodra daar een ICT-systeem tussen komt. Het Rathenau stelt dat “het huidige gebruik van ICT-systemen (…) leidt tot aantasting van de autonomie van de burger”. Ik kan het advies om de burger centraal te stellen en dat ICT-systemen “de vermogens van de burger (moet vergroten) om zijn leven naar eigen inzicht vorm te geven” volledig onderschrijven.


De risico’s die Rathenau benoemt bij het gebruik van ICT-systemen in de relatie tussen overheid en burger zijn maar al te herkenbaar. Eerder heb ik al geschreven over de neiging van ‘function creep’ en ‘authority creep’ en we zien dit fenomeen keer op keer de kop op steken, pas nog met het bizarre plan van Equens om de transactiedata van pinbetalingen te willen verkopen. Het plan is van tafel, maar ik wil daar gelijk het woord ‘voorlopig’ aan toevoegen want dit soort plannen komen altijd terug met een nieuwe verpakking, voorzien van ‘waarborgen’. Denk maar aan de nu lopende poging om stemmachines in een nieuwe verpakking acceptabel te krijgen, of het EPD, of … Het Rathenau bepleit “een andere informatiehuishouding van de overheid, die burgers maximaal toegang tot en zeggenschap (geeft) over voor hen relevante informatie”. De vraag is alleen of met een andere technologische oplossing (zeg, betere stemmachines) de gewenste nieuwe relatie tussen overheid en burger tot stand kan komen. Ik zet daar vraagtekens bij.

De volledige tekst van de hand-out is:

Keuzes in de informatiesamenleving: wisseling van perspectief

In de huidige informatiesamenleving wordt toegang tot en zeggenschap over informatie van steeds groter belang. Het gebruik van ICT-systemen en de wijze waarop deze worden ingericht hebben dan ook grote invloed op de maatschappelijke verhoudingen. Afhankelijk van de keuzes die hierin worden gemaakt, pakken de gevolgen van digitalisering anders uit voor de burger. Nu staan vaak de behoeften van de opdracht gevende instantie (stroomlijning organisatie, verhoging efficiëntie) voorop, met weinig oog voor de belangen van de burger. Maar ICT is bij uitstek geschikt om de positie van de burger te versterken en zijn autonomie te vergroten. Dit vergt een wisseling van perspectief.

Digitale afhankelijkheid

Onze zorg bij het huidige gebruik van ICT-systemen is dat deze leidt tot aantasting van de autonomie van de burger. Deze zorg hangt samen met een onvoldoende besef van de risico’s van dit gebruik in combinatie met tekortschietende mogelijkheden van de burger zich te verweren tegen de negatieve consequenties daarvan. Deze situatie leidt tot een disbalans tussen de vermogens van de overheid en die van de burger.

De risico’s van het gebruik van grote ICT-systemen betreffen niet alleen de beveiliging van deze systemen en de bescherming van persoonsgegevens. Een breder perspectief is nodig, met aandacht voor een groeiende afhankelijkheid van burgers van een gedigitaliseerde overheids-bureaucratie. Deze afhankelijkheid toont zich vooral wanneer er fouten sluipen in data en daarop gebaseerde (risico)profielen. Deze fouten kunnen het gevolg zijn van een incorrecte invoer van gegevens, verouderde data, identiteitsdiefstal of een verkeerde match van gegevens. Als gevolg hiervan kan iemand ten onrechte als “probleemkind”, “wanbetaler” of “drugscrimineel” worden beschouwd en overeenkomstig behandeld.

De mogelijkheden van burgers om zich tegen dit soort fouten te verweren schieten vaak tekort. Het in de WBP vastgelegde recht op inzage en correctie van gegevens blijkt in de praktijk vaak niet meer dan een papieren recht. Dit tast de rechtspositie van burgers aan en maakt hen verregaand afhankelijk van het naar behoren functioneren van ICT-systemen, zonder dat zij daarop veel invloed kunnen uitoefenen.

De burger centraal

Versterking van de positie van de burger vereist reflectie op de doelen die het ICT-systeem moet dienen. Daarbij is de vraag van belang of het systeem de vermogens van de burger vergroot om zijn leven naar eigen inzicht vorm te geven. Dit behoeft vertaling in het ontwerp van het systeem: welke mogelijkheden zijn er voor beheer, dan wel inzage en correctie door de burger van zijn gegevens? Dit leidt er bijvoorbeeld toe dat:

– reizigers kunnen beschikken over een anonieme OV-chipkaart met kortingsrechten;

– patiënten het beheer krijgen over hun medische gegevens;

– het GBA burgers digitaal inzage geeft in voor hen relevante overheidsbeschikkingen en de daarvoor gebruikte gegevens.

Het centraal stellen van de burger veronderstelt een andere informatiehuishouding van de overheid, die burgers maximaal toegang tot en zeggenschap over voor hen relevante informatie geeft. Dit leidt tot een meer horizontale relatie tussen burger en overheid en geeft op eigentijdse wijze invulling aan het idee van de mondige, autonome burger.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s