De minachting van Evgeny Morozov

Standaard
Voor Hypeocratie bekijk ik onder andere, wat ik maar heb genoemd, het Neo-Luddiete Discours. Dit omvat – voor mij- de argumenten van de cultuur- en technologiecritici. Dat ik ze schaar onder het Neo-Luddiete Discours betekent niet (altijd) dat deze critici een anti-technologische houding hebben, maar het totaal van hun argumenten draagt wel bij tot een meer afstandelijke, kritischer houding ten aanzien van technologische vernieuwing. Een van de critici is Evgeny Morozov met zijn meest recente boek: “To Save Everything, Click Here…“. Morozov heeft scherpe kritiek op de goeroe’s van Silicon Valley met hun schier onbegrensde geloof in een technologische oplossing voor ieder probleem in de wereld. Het betoog van Morozov werd door Alexander Klöpping in een tweet richting Yuri van Geest als volgt samengevat: “@vangeest laatste boek van Morozov al gelezen? Alles wat jij liefhebt, singularity, qs, etc wordt kapot gemaakt”. Wat draagt Morozov, wat mij betreft, bij aan het Neo-Luddiete Discours en aan het begrip van de centrale vraag in Hypeocratie? Voor wie niet alles wil lezen, het korte antwoord 😉 :

“To Save Everything, Click Here…” wijst terecht op het te vaak ontbreken van historisch bewustzijn bij de goeroe’s van (misschien niet zo) nieuwe technologieën waardoor de vernieuwingen in het ’nu’ eerder als revolutionair en schokkend ervaren (kunnen) worden, samengaand met een vrijwel onbegrensd geloof in technologische oplossingen voor maatschappelijke problemen. Morozov schiet echter tekort in het onderbouwen van zijn these en vervalt daarbij tot hetzelfde simplisme en reductionisme dat hij de goeroe’s verwijt. Op het gebied van open ICT is dat – voor mij- het meest zichtbaar en dat roept vraagtekens op over de juistheid van zijn onderbouwing op andere gebieden die in het boek worden besproken. Het sleutelargument dat onvoldoende rekening wordt gehouden met relevante historische, sociale, culturele, economische en politieke contexten bij het begrijpen en duiden van de ontwikkeling van technologieën is nauwelijks nieuw te noemen, evenmin als een ander sleutelargument dat keuzen van actoren nooit waardenvrij zijn (en de daaruit voortvloeiende technologie dat evenmin kan zijn). Iedere zichzelf respecterende historicus kan daar een boom over opzetten, maar Morozov doet het voorkomen alsof hij de waarheid daarvan ontdekt heeft. Goed, pedante arrogantie is te vergeven (en het resulteert in goede kijkcijfers), maar dan moet de inhoudelijke argumentatie wel solide zijn. Dat is niet zo bij Morozov en hij komt niet echt tot een goed alternatief, tot een antwoord op de vraag: “Okay, en hoe nu verder?”. Dat laatste is een zwakte van de meeste historici: ze kunnen een goede, zelfs briljante analyse geven, maar wat je daar verder mee moet is ook voor hen niet duidelijk. Voeg daarbij de openlijke minachting van Morozov voor zijn opponenten en je hebt eigenlijk gewoon een slecht boek dat lekker gehyped kan worden.

Goed dan, en dan nu het langere antwoord.

Een belangrijke les

Ik herinner me nog goed de eerste collegeweek van de opleiding Maatschappijgeschiedenis. Het introductiecollege Pre-industriële samenleving van Catharina Lis. Met enthousiasme, een solide betoog en de nodige grafieken en statistische gegevens wist zij ons ervan te overtuigen dat de Industriële Revolutie nooit had plaatsgevonden, dat er eerder sprake was geweest van langer doorlopende trends die gestaag door te trekken waren tot in onze tijd. Schokkend en verrassend? Absoluut, want dit antwoord hadden we geen van allen ooit durven geven op het centraal schriftelijk eindexamen Geschiedenis. Een paar dagen laten kregen het introductiecollege Industriële samenleving, ditmaal van een docent wiens naam me helaas ontschoten is. Met een even groot enthousiasme, solide betoog, grafieken en statistische gegevens als Catharina Lis verklaarde dat de Industriële Revolutie een immense sprong in de Westeuropese geschiedenis was geweest met een bijna asymptotische vooruitgang op het gebied van gezondheid, levensverwachting, welvaart, welzijn, rijkdom, productiekracht et cetera, et cetera. Zijn conclusie stond diametraal op die van Lis en -zo op het oog- waren de twee conclusies ook niet met elkaar te verenigen.
Een van mijn medestudenten stond op en confronteerde de docent met deze tegenstrijdigheid. “Wat moeten we nu geloven?”. Het antwoord was wellicht een van de meest belangrijke lessen van onze opleiding: “Kies maar!”. Want beide stellingen waren -binnen het door de docenten gekozen raamwerk, de gezichtspunten, met de bijbehorende hypothesen en onderzoeksvragen, met het bewijsmateriaal – juist en voldeden aan de spelregels van historisch-wetenschappelijk onderzoek. Beide docenten hadden gelijk, en toch gaven ze maar een deel van het werkelijke antwoord. Zoals de docent het uitdrukte: “Het is niet ’of-of’, maar ’en-en’”.
Voor mij was het een waarschuwing tegen het vervallen in historisch determinisme, droeg het bij aan het besef dat wetenschappelijk onderzoek niet waardenvrij kan zijn en leerde het mij dat de geschiedenis een mooie maar gevaarlijke grabbelton kan zijn voor het vinden van historische parallellen om het eigen standpunt in het heden te ondersteunen.
De herinnering aan mijn eerste collegeweek kwam weer levendig naar voren tijdens het doorwerken van “To Save Everything, Click Here…” van Evgeny Morozov.

Essentie van “To Save Everything, Click Here…”

Wat is de essentie van het betoog van Morozov? De ondertitel van het boek is: “The folly of technological solutionism” en Morozov wil -met grof geweld- duidelijk maken hoe groot de dwaasheid van Silicon Valley is, en hoe gevaarlijk de beloften van de technologiegoeroe’s zijn. In het streven naar technologische perfectie en het oplossen van menselijk falen tastten de goeroe’s en innovators – wat hem betreft- fundamentele menselijke vrijheid aan:

Imperfection, ambiguity, opacity, disorder, and the opportunity to err, to sin, to do the wrong thing: all of these are constitutive of human freedom, and any concentrated attempt to root them out will root out that freedom as well.

In dit boek schopt hij tegen het “internetcentrisme”, zijnde het bijna verheerlijken van ’het internet’ en haar eigenschappen als de maatstaf voor de oplossing van sociale en maatschappelijke vraagstukken en het “solutionisme”, zijnde de neiging van technologische innovators om tal van technologische oplossingen aan te dragen voor problemen die wel of niet bestaan maar die hoe dan ook nauwelijks fatsoenlijk doorgrond worden.

Solutionism presumes rather than investigates the problems that it is trying to solve, reaching “for the answer before the questions have been fully asked”.

Dit soort kritiek op het verheerlijken van technologie als oplossing voor alle problemen, het verheffen van het technologisch model als maatstaf voor sociale en maatschappelijke problemen is – wellicht- terecht maar niet nieuw. Neil Postman bijvoorbeeld ging Morozov al voor met “Technopoly” (1993) en wat te denken van het werk van Lewis Mumford (The Myth and the Machine). Maar goed, het kan nooit kwaad soortgelijke cultuurkritiek toe te passen op moderne fenomenen.
Het solutionisme en internetcentrisme zijn, volgens Morozov, terug te voeren op een gebrek aan historisch besef bij de technologiegoeroe’s. Oplossingen worden als revolutionair en vernieuwend gepresenteerd, terwijl een historicus maar al te eenvoudig naar soortgelijke oplossingen in de recente en minder recente geschiedenis kan wijzen. Het misbruiken van historische vergelijkingen, zoals de drukpers van Gutenberg, wordt door Morozov met de grond gelijk gemaakt. Hij laat zien dat de inspiratiebronnen van de solutionisten slechts één, en dan nog een beperkte en bekritiseerde, kijk op historische fenomenen hebben. En zo hoort het ook. Van een historicus mag een gezonde bronnenkritiek worden verwacht.
Eveneens terecht is het verwijt dat de solutionisten last hebben van “epochialism”, het bezien van de eigen tijd als uniek, bijzonder en revolutionair. Een beetje historisch besef zou de goeroe’s meer bewust maken van langer doorlopende sociale, maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Toegegeven, het is wat vervelend voor de ’wannabe’ revolutionairen en Tesla-rijdende piraten om geconfronteerd te worden met de conclusie: “Zo nieuw is het allemaal niet wat je doet”, maar het voorkomt wel een hoop problemen in de Hypeocratie. Wat mij betreft is het zonder meer terecht dat Morozov deze zwakte in het discours van de Hypeocratie bloot legt. Maar nieuw is het niet.
En juist daar begint Morozov mij fors te irriteren. Hij doet voorkomen alsof hij een nieuwe waarheid heeft ontdekt, alsof hij de enige is die dit nu beseft, maar hij doet niet veel anders dan het herhalen van argumenten die door generaties historici en cultuurcritici zijn gebruikt om de fenomenen van hun tijd van nuancering te voorzien. “Nuance” is so wie so niet een karakterisering van “To Save Everything…”. De -soms- zinnige argumenten worden compleet overschaduwd door pedante arrogantie en openlijke minachting voor de opponenten in het debat. In zijn kritiek op de technologiehogepriesters laat Morozov weinig zien van de zorgvuldige analyse, contextuering en nuancering die hij de opponenten verwijt te ontberen. Een voorbeeld is zijn behandeling van -wat ik maar even noem- het open domein.

Simplistische kritiek op het open domein

Morozov behandelt drie punten van kritiek op het open domein, namelijk (1) de vaagheid van het begrip ’open’; (2) de grip van Google op het Android-ecosysteem en (3) open data.

Solutionists—especially those of the geek persuasion—regularly develop and consume their own myths about how “openness” contributes to progress and success, which only adds to the confusion.

Onder verwijzing naar Chris Kelty stelt Morozov dat in de vrije software wereld nauwelijks consensus bestaat over het begrip ’open’:

Open tends toward obfuscation. Everyone claims to be open, everyone has something to share, everyone agrees that being open is the obvious thing to do—after all, openness is the other half of ‘open source’—but for all its obviousness, being ‘open’ is perhaps the most complex component of Free Software.

En daarbij is het nauwelijks duidelijk of ’open’ het middel of het doel is. Een onterechte constatering? Nauwelijks, maar zet het dan wel in de juiste historische, sociale en technologische context. De vaagheid van het begrip heeft nauwelijks als een rem gewerkt op de ontwikkeling en het gebruik van open source software, op de discussie over de vernieuwing van het auteursrecht, op de groei van het internet, de democratisering van het in gebruik nemen van online diensten et cetera, et cetera. Het had Morozov gesierd als hij in dit verband had gewezen op de discussies die in het open domein zelf worden gevoerd en die laten zien dat wij zonder veel problemen de technologiehelden het vuur aan de schenen leggen.
Wat Morozov nu doet is één bron (Kelty) zetten tegenover een andere bron -Tim Wu- om zijn volgende punt over Google te kunnen maken. Wu, in de woorden van Morozov, stelt dat Google een baken en oase van ’open’ is. Ik denk dat juist in de vrije en open source wereld daar al vroeg grote vraagtekens bij zijn geplaatst. Maar die kritiek past niet in het wereldbeeld van Morozov. Nee, Wu is een beter voorbeeld, want die is niet al te open geweest over zijn eigen betrokkenheid bij de strategie van Google. Vervolgens pakt Morozov een volgende bron, een studie van Kimberley Spreeuwenberg en Thomas Poell over het functioneren van de Open Handset Alliance. Hun studie: “Android and the political economy of the mobile Internet: A renewal of open source critique” (april 2012) stelt dat Google in het Android-ecosysteem heel selectief heeft gekozen voor wat het wel en niet ’open’ heeft willen afhandelen, dat het Google in staat stelt om data te verzamelen voor haar core-business (advertenties) en dat Google door een combinatie van technologische en juridische mechanismen grip houdt op de ontwikkeling van het Android ecosysteem.
Spreeuwenburg en Poell citeren maar al te vaak uit Kelty, een reductionisme dat Morozov anderen verwijt, maar dat hij nu in het betreffende hoofdstuk zelf toepast. De observaties over de motieven van Google en de omgang met ’open’ zijn nauwelijks nieuw, en het is maar de vraag of dat vervolgens aan het ’open domein’ toegeschreven kan worden. Morozov is hier erg simplistisch en neemt de conclusies van Spreeuwenburg en Poell kritiekloos over. Het is maar de vraag of Google via de OHA wel zo’n sterke grip heeft op de leveranciers van Android toestellen. Ik hou de ontwikkelingen in het Android ecosysteem al een tijdje in de gaten en zie daar eerder een kritiek op de versplintering van het ecosysteem, van de aanpassingen die leveranciers in de standaardversies van het OS aanbrengen en opmerkingen van Google over de dominantie van Samsung. Maar de simplistische en reductionistische behandeling van het open domein verhindert Morozov niet de volgende alomvattende conclusie te trekken:

Thus, while Internet-centrists assume that Google is “open” by default, their opponents—let’s call them Internet realists—assume that Google does a lot of work to look “open” and investigate what that work involves. While Internet-centrists tend to be populist and unempirical, Internet realists start with no assumptions about the intrinsic values of “openness” and “transparency”—let alone their inherent presence in digital networks—and pay particular attention to how these notions are involved and manifested in particular debates and technologies. While Internet-centrists believe that “openness” is good in itself, Internet realists investigate what the rhetoric of “openness” does for governments and companies—and what they do for it

Ja, zo kan ik ook naar mijn eigen conclusies toeschrijven.
Maar Morozov is nog niet klaar in het open domein. Open overheid en open data krijgen ook nog een beurt. In zijn opvatting krijgen meer en minder dictatoriale regimes een stempel van goedkeuring als zij zich tot ’open data’ bekeren.

In spelling out eight important principles behind open-government data—timeliness, completeness, freedom from license restrictions, and so on —the activists were primarily concerned with technicalities of the disclosure process and raised few questions about politics; as a result, note Yu and Robinson, “an electronic release of the propaganda statements made by North Korea’s political leadership . . .might satisfy all eight of these requirements, and might not tend to promote any additional transparency or accountability on the part of the notoriously closed and unaccountable regime.”

Misschien ben ik naïef, maar op mijn radarscherm zie ik geen open data- en open overheidsenthousiastelingen die het restrictieve mediabeleid van de regering in Hongarije goedkeuren met de opmerking: “Maar de OV-data zijn wel open beschikbaar!”. En dat is wel het argument van Morozov.

Hoe sterk is dan de rest van de kritiek?

Misschien verval ik nu zelf in simplisme, maar als Morozov bij zijn behandeling van het open domein vervalt tot selectief gebruik van ’bewijs’ en een simplistische, slecht onderbouwde beredenering, wat betekent dit dan voor de waarde van de behandeling van de andere fenomenen zoals Quantified Self? Ik bedoel, mijn vertrouwen in de besprekingen van religieuze bewegingen door Trouw is sterk afhankelijk van de juistheid, integriteit en volledigheid van hun bespreking van Jehovah’s Getuigen, een beweging waar ik erg mee vertrouwd ben. Als ik lees hoe Trouw soms over mijn geloofsrichting schrijft kan ik niet anders dat vraagtekens zetten bij hun behandeling van andere richtingen. Hetzelfde gevoel heb ik bij Morozov: onbetrouwbaar en onvolledig ten aanzien van het ene domein (dat ik goed kan controleren), hoogstwaarschijnlijk ook onbetrouwbaar en onvolledig ten aanzien van de andere domeinen.
Het helpt ook zeker niet dat Morozov, naast zijn pedante toon en arrogante minachting voor zijn opponenten, te pas en te onpas met Godwin-argumenten komt, argumenten in de trant van: de solutionisten hadden vanuit dit simpele perspectief het optreden van Nazi-Duitsland op dit terrein vast toegejuicht.

Naar een Morozoviaanse conclusie over “To Save Everything…”

Is “To Save Everything…” een slecht boek? Heeft Morozov niet terechte kritiek op de enthousiaste omarming van nieuwe technologische fenomenen zonder eerst de problemen die ze stellen op te lossen goed te doorgronden? Is het verkeerd om vraagtekens te zetten bij de vermeende successen van ’het internet’ en de pogingen dit te vertalen naar andere, meer complexe domeinen van het menselijk bestaan?
Morozov vindt het heel belangrijk om naar de morele context te kijken alvorens conclusies te trekken, dus dat doe ik ten aanzien van zijn boek ook maar. Wat zegt het boek over de morele waarden van Morozov en -daarmee- over zijn conclusies? Wat zegt een pedant simplistisch betoog met een arrogante minachting voor andersdenkenden over iemands morele waarden, iemand die volstrekt overtuigd is van zijn eigen gelijk? Ach, in de geschiedenis zijn genoeg voorbeelden te vinden van dergelijke personen. Morozov heeft geen moeite met Godwin’s, dus wellicht is het niet verkeerd om dan te wijzen naar voorbeelden als Hitler, Stalin, Pol Pot en Bin Laden. De constatering dat een deel van hun argumenten, bezien binnen hun context, best wel zinvol zouden kunnen zijn, maakt nog niet dat we meer naar hen luisteren. Dat heb ik bij Morozov sterk. Zijn kritiek op moderne fenomenen had een betere behandeling verdient dan waar zijn ego klaarblijkelijk toe in staat was.
Dat is jammer, voor het boek, voor de kritiek, voor Morozov zelf. Maar het probleem is -mijns inziens- niet alleen dat “To Save Everything…” hierdoor gewoon een slecht boek is geworden. Het probleem ligt niet bij de individuele gek, maar bij de nerd die met masochistisch applaus het: “Ik vond het een goed boek” de wereld instuurt, meedrijvend op het applaus van de andere ’first followers’, niet beseffend hoeveel minachting en walging Morozov heeft voor hem en de gelijkgestemden van de ’naïeve TED-crowd’. Kritiekloze acceptatie onderschrijft vreemd genoeg de kern van de fundamentele kritiek van Morozov.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s